Brockway Prize naar Ard Posthuma

De Brockway Prize, een tweejaarlijkse prijs voor poëzievertalers uit het Nederlands, is toegekend aan Ard Posthuma. Aan de prijs, die is ingesteld door het Nederlands Letterenfonds, is een geldbedrag van 5.000 euro verbonden. De prijsuitreiking vond op 12 juni 2015 plaats tijdens het Poetry International Festival in Rotterdam.

Literair vertaler Ard Posthuma (1942) studeerde in Lausanne, München en Basel, en was nadien werkzaam als redacteur, lector en docent. Sinds 1989 vertaalde en vertaalt hij talloze Nederlandse, Friese en Vlaamse dichters in het Duits, wat onder meer resulteerde in zijn bloemlezingen uit werk van Martinus Nijhoff, Cees Nooteboom, Gerrit Kouwenaar, Leonard Nolens en Tsjêbbe Hettinga . Ook zijn vertalingen ‘de andere kant op’, van bijvoorbeeld Ingo Schulze en Johann Wolfgang Goethe (Faust), oogstten veel lof.
De jury prees in het bijzonder Posthuma’s vertaling van de bundels Licht overal (Licht überall) en Zo kon het zijn (So könnte es sein) van Cees Nooteboom:
‘Hij geeft er in zijn vertalingen blijk van goed ingevoerd te zijn in zowel de Nederlandstalige als de Duitstalige dichterlijke traditie,’ aldus de jury, en hij ‘neemt, ook al klinkt dat op het eerste gezicht misschien tegenstrijdig, telkens de vrijheid om zo dicht mogelijk bij de geest van de oorspronkelijke poëzie te blijven, waarbij hij precies weet hoever hij kan gaan. Posthuma betoont zich hiermee een groot vakman en een voortreffelijke bemiddelaar tussen de twee talen.’

De jury van de Brockway Prize 2015 bestond uit literair vertaler Gregor Seferens en uitgever Christoph Buchwald, bijgestaan door Peter Bergsma, vertaler en directeur van het Vertalershuis Amsterdam (een onderdeel van het Letterenfonds).

___________________________________________________

n.a.v. Reynaert de Vos

 

List en bedrog
Sluw vosje Reinaert dit najaar zeer populair

Reinaert is duidelijk bezig aan een comeback.

Opmerkelijk. want rondom het dierenepos hing lang een  schoolboekengeur. De vertaling van Ernst van Altena was sinds 1979 de leidende. Na bijna dertig jaar was het kennelijk tijd voor een opfrisbeurt. Uitgeverij Prometheus komt met Reinaert de Vos in de vertaling van Karel Eykman. Bij Atheneum-Polak & Van Gennep verschijnt begin oktober Reynaert de Vos, met chique 'y', vertaald door Ard Posthuma. Vertalers zijn precieze uitpluizers, althans, dat horen ze te zijn. In beide hertalingen hebben Posthuma en Eykman de woorden duidelijk drie keer omgedraaid voordat ze hun keuzes maakten. Al te gratuite rijmelarij is daardoor voorkomen. De bewerkers hebben hun uiterste best gedaan een eigen, originele invulling te geven aan het aloude gedicht. Posthuma gaat voor historisch correct. In zijn versie staan de originele verzen links, de vertaling rechts. Wie wil, kan vergelijken. Jeugdboekenschrijver Eykman kiest voor zinswendingen die dichter aansluiten op het hedendaags Nederlands. Zijn vertaling loopt daardoor iets soepeler. Het zijn slechts nuanceverschillen, in kwaliteit ontlopen de versies elkaar nauwelijks. De vertalers zijn even sensitief voor de 'scone taal' waarmee Rein de Vos het hof misleidde.

 

Irene Start in Elsevier van 27/09/2008

 

De vos is overal

Verhalen op rijm - Sommige oude verhalen zijn zo beroemd dat ze van tijd op tijd in een nieuw jasje worden gestoken. Van Reinaert de Vos zijn er nu drie nieuwe vertalingen. -

Een rotzak is het, die Reinaert de Vos uit het middeleeuwse verhaal van ene Willem. Maar wel een sluwe rotzak. Door de domheid en het egoïsme van de dieren om hem heen ga je hem nog bijna sympathiek vinden.
Hoe gaat het verhaal? Reinaert heeft kippen vermoord, overspel gepleegd en de boel meerdere malen belazerd. Leeuwenkoning Nobel vindt dat hij gestraft moet worden voor zijn streken. Tot drie keer toe stuurt hij een van zijn onderdanen naar Reinaerts burcht om de vos voor het gerecht te slepen. Maar Reinaert heeft helemaal geen zin om aan de galg te bungelen. Keer op keer bedenkt hij een list, waardoor niet hij, maar de andere dieren in de problemen raken. Op die manier verliest beer Bruun een oor en kater Tibeert een oog. De pastoor heeft nog de meeste pech: die raakt een deel van het klokkenspel tussen zijn benen kwijt.

Dode scharrelkip
De oorspronkelijke Reinaert was een verhaal op rijm. Een slim idee dus van uitgeverij Prometheus om dichter-schrijver Karel Eykman voor de vertaling te vragen. Die ging met de oude zinnen aan de haal en maakte er een eigentijds reuzengedicht van. Links en rechts strooide hij grapjes door de tekst. Regels uit liedjes bijvoorbeeld, die in de middeleeuwen nog helemaal niet bestonden ('Op een mooie pinksterdag' en 'Zie, de maan schijnt door de bomen'). En een grafschrift ziet er bij hem zo uit: 'Hier ligt Coppe, zij is overleden. / Een goede scharrelkip rust hier in vrede.' De geestige tekeningen van Sylvia Weve sluiten mooi aan bij Eykmans directe stijl. Haar zwart-wit illustraties doen denken aan oude houtsneden, maar komen uit de computer.

Statige leeuw
De vertaling van Ard Posthuma bij uitgeverij Athenaeum ziet er een stuk serieuzer uit, maar laat je daardoor niet afschrikken. Deze Reynaert de Vos loopt ritmisch als een trein en heeft twee bijzondere extraatjes: naast de moderne vertaling staat de oorspronkelijke tekst van 750 jaar geleden. Dat lijkt een heel andere taal, maar als je er even voor gaat zitten, zul je ontdekken dat je veel woorden herkent. En dan zijn er de illustraties van Mance Post. Haar dieren hebben niets schattigs. De leeuw is statig, de beer gevaarlijk en Reynaert sluipt over de pagina's met een sluwe glimlach rond zijn vossenbek. In Posts full color illustraties zie je nog de structuur van het Japanse papier dat ze ervoor gebruikte. Een prachtige uitgave, deze Reynaert.

Joukje Akveld in Kidsweek 3/10/2008

'De beste Reynaert, die hebben wij!'

Als een Nederlands dichter in Duitsland bekend wil worden – en dat willen ze allemaal – moet hij of zij bij Ard Posthuma zijn. Niemand kan zo goed Nederlandse poëzie overzetten naar het Duits als de literair vertaler uit Groningen...........


Woest & Ledig, 10-11-08

_________________________________________________________

n.a.v. Wilhelm Raabe: Oliebol [oorspr. titel Stopfkuchen]

Radio: De boeken van Martin Ross, (te beluisteren op: www. selexys.nl, De boeken van Martin Ross, audioarchief van 13 september 2008 ).

Verstotene op zijn uitkijkpost
Wilhelm Raabes meesterwerk eindelijk vertaald

“Raabes oeuvre mag zich de laatste decennia in zijn thuisland verheugen in een gestage revival, en toenemende waardering voor zijn latere werk; de rijpere romans die ook de schrijver zelf nauw aan het hart lagen. In ons taalgebied hebben erudiete liefhebbers als wijlen C.O. Jellema zijn werk onder de aandacht gebracht, maar kennelijk niet genoeg interesse kunnen wekken om uitgevers ook tot uitgaven in het Nederlands te bewegen. Daar is met "Oliebol", de adembenemende vertaling van Stopfkuchen, algemeen als Raabes beste roman beschouwd, eindelijk een einde gekomen. Het doet hopen op meer. […]

Deze vertaling van "Stopfkuchen" legt niet alleen een zoveelste facet bloot van de ontstellende rijkdom van de negentiende-eeuwse literatuur en de vitaliteit van de romankunst die ze voortbracht. Ze laat ons evenzeer horen hoe schril en schraal onze kretologie van het nieuwe vaak klinkt.”

 

Erwin Mortier in de Volkskrant-Cicero van 7/08/ 2008

______________________________________

n.a.v. Wilhelm Raabe: Oliebol [oorspr. titel Stopfkuchen]

[…] Ard Posthuma heeft met deze vertaling een meesterproef afgeleverd. Hoe vaak hebben we bij het lezen van een vertaling niet het idee dat er tussen ons en de oorspronkelijke tekst een matglas is geschoven? Dat is bij deze tekst nooit het geval. Posthuma's vertaling leest even sprankelend als het origineel.
Raabes taal flonkert en glinstert nog steeds, na bijna honderdtwintig jaar. Er staat geen woord te veel in deze wonderlijke roman. Het is een raadsel waarom het zolang moest duren voordat dit boek in het Nederlands werd vertaald.

Standaard der Letteren,  15/02/ 2008 – 4 sterren!

[…] De titel Stopfkuchen betekent volgens de vertaler het laatste restje deeg waarin de overgebleven rozijnen, boter en suiker worden gestopt. Dit te vertalen met Oliebol  is een vondst, omdat daardoor ook de lichaamsomvang van de hoofdpersoon in de titel resoneert.

[… ] de taal en de ironie […] maken dat dit boek op zijn manier een page turner wordt. Ard Posthuma, die eerder een briljante vertaling van De Graal van Chrétien de Troyes maakte, en daarvoor van Goethes Faust, levert hiermee wederom een prestatie van formaat.

Gert van de Wege in Nederlands Dagblad/ Het katern 01/02/08

 

[…] De Nederlandse vertaling Oliebol is uitstekend gekozen, het betreft immers niet zozeer een scheldwoord als wel een goedmoedig invectief. De vertaling van Ard Posthuma is vindingrijk, secuur en volledig aangepast aan de diverse stijlregisters van het origineel. Gelet op de moeilijkheidsgraad mag je gerust van een uitzonderlijke vertaalprestatie spreken. Kortom, een voorbeeldige editie.

Wil Rouleaux in NRC Handelsblad 28/12/2007

____________

n.a.v. D.C.A.K. Kortum: De Jobsiade

Een tijdloze klassieker is de Jobsiade niet. Maar hij leest wel als een trein, mede dankzij de swingende en virtuoze vertaling van Ard Posthuma.
Rudi Kamminga in Dagblad van het Noorden, 9.03.2007

Ard Posthuma, bekend geworden door zijn prachtige vertalingen van Goethes Faust en van  De Graal van Chrétien de Troyes, heeft zich bij dit schelmengedicht van Kortum kunnen uitleven. Hij schreef er een zeer informatieve inleiding bij.
Hans Ester in Nederlands Dagblad, 13.04.2007

Hardop gelezen is de 'prutspoëzie' van Kortum niet minder dan hilarisch. De Jobsiade is een tekst die, zeker omdat hij al honderden jaren zijn sporen nalaat in de literatuur, het bestuderen waard is. Hij is in deze sprankelende vertaling beslist ook zeer lezenswaardig. Leve de meligheid.
Bouke Vlierhuis op Meander.

____________

Chrétien de Troyes / De graal

............. De oertekst van Chrétien de Troyes is nu echter beschikbaar, vertaald door het fenomeen Ard Posthuma, en die vertaling is werkelijk fantastisch. Het is alsof Posthuma acht eeuwen stof heeft afgegraven en een blinkend nieuw verhaal heeft blootgelegd. De Graallegende blijkt verdorie een echt fijn jongensboek te zijn, met belegeringen en duels en betoverde kastelen en dappere ridders en doortrapte schoften en jonkvrouwen die zomaar ’s nachts bij je in bed kruipen. Zijn berijmde vertaling is zo helder, zo direct, zo aards, zo vlot en zo geestig dat er een wereld door wordt opgeroepen waarin de taal zélf nog fris was, en een goedgekozen vers bij een ontvankelijk publiek evenveel indruk moet hebben gemaakt als nu de complete Tolkientrilogie in 3D dolby-stereo. Het rijm is nergens geforceerd, nergens looiig, nergens flauw, altijd Schweppes.

Posthuma is ook niet te beroerd om het onvoltooid gebleven origineel van een eigen slot te voorzien. Dat de Graallegende daarmee definitief gecodificeerd is lijkt mij niet. Er blijft altijd wat te fantaseren. Dat realiseerde Penninc, de schrijver van de Walewein zich al in 1250: ‘Vanden coninc Arture/ Es bleven menighe avonture/ Die nemmer mee ne wert bescreven’.

© Koen Kleijn / De Groene Amsterdammer 9/2/2007

____________

Ik weet niet of Posthuma de Nijhoffprijs al heeft ontvangen, maar mocht dat niet het geval zijn, dan dient dat spoorslags te gebeuren. [...] Steeds weet Posthuma deze natuurlijke ‘middeleeuwse verteltrant vol te houden. Briljant. Vooral vanwege de permanente eenvoud die moest worden betracht met behoud van de ambivalenties die Chrétien heeft ingebouwd en die meestal voor een ironische distantie zorgen.           

T. van Deel, Trouw 18.11.2006

____________

 

Een verfrissende graal

…Uit Ard Posthuma’s vertaling blijkt echter dat de eerste op schrift gestelde versie van de legende een ironische speelsheid bezit, die in veel latere bewerkingen is verdwenen

…Hoewel de meer dan 9000 verzen de lezer aanvankelijk afschrikken, vlieg je door Posthuma’s vertaling heen.. De ironie van de verteller komt in de versvorm uitstekend tot uiting …

 …Na het eeuwen te hebben moeten stellen met de echo’s van de oorspronkelijke legende biedt Posthuma ons de verfrissende bron.

 … Posthuma zelf heeft aan zijn vertaling een indrukwekkend einde toegevoegd.

Merel Leeman, in NRC/Handelsblad 13/04/07

____________

De Nederlandse vertaling, inleiding en aantekeningen zijn van Ard Posthuma. Hij is een zeldzame virtuoos; zijn rijmende regels bereiken hun hoogtepunt in de dialogen, die een heel natuurlijk karakter krijgen. Kunstmatigheid in de schijn van natuurlijkheid lijkt mij de beste kwalificatie voor de vertaling. [...] Voor al het overige een bewonderenswaardige vertaling en – in de inleiding een heel spitse speculatie over een relatie Kafka-Perceval.

            Kees Fens, Volkskrant, november 2006

____________

Dat de kwaliteiten van de graalroman in de vertaling van Ard Posthuma niet teloor zijn gegaan is een groot compliment aan het adres van de vertaler.

            Gert van de Wege, Nederlands Dagblad 8/12/2006

____________

Raoul Schrott / De woestijn van Lop Nor

... toen ik onlangs De woestijn van Lop Nor cadeau kreeg, dacht ik meteen, ha! En ja, Schrott schrijft een intrigerend soort proza-poëzie - kleine pragraafjes met dat fragmentarische, zoekende, nauwgezet observerende waar ik zelf zo van houd.

            Anneke Brassinga, Volkskrant 21/07/05

 

Raoul Schrott / Tristan da Cunha

Er staan honderden, duizenden mooie woorden in de vertaling van dit boek.... Het is het boek van een dichter: de beste passages zijn prozagedichten die erom vragen langzaam gelezen te worden...

Jacq Vogelaar, De Groene Amsterdammer 8/10/04

 

La Chanson de Roland / Het lied van Roeland

Vijftien jaar geleden vertaalde Ard Posthuma het Chanson de Roland al eens, maar omdat hij niet tevreden was over het resultaat deed hij het nog een keer. De eerste versie ken ik niet, maar de tweede is prachtig. Posthuma had als doel gesteld de oorspronkelijke vorm van het Lied met zijn tienlettergrepige verzen en zijn klinkerrijm te handhaven. Dat is voortreffelijk gelukt.

            Guus Luijters, Het Parool 9/9/2004

____________

Posthuma zorgde voor een zeer goede vertaling van dit nog steeds boeiende verslag van Roelands strijd...

            Het NL boek, juli 2004

____________

Ard Posthuma, die ook Goethe’s ‘Faust’ al spetterend vertaalde, laat ook de Roeland swingen.

            Trouw, 22 mei 2004

____________

...Allemaal heel invoelbaar, ook al door de voortreffelijke vertaling...

            Enno de Witt, De Roskam 21/5/2004

____________

Dit oorspronkelijk Oud-Franse heldendicht is zeer verantwoord vertaald door Ard Posthuma, die zijn vertaling toelicht...

            Nederlandse bibliotheekdienst

Johann Wofgang Goethe, Faust - Oerversie

Ard Posthuma heeft een briljante vertaling geleverd, die zo'n moeiteloze en frisse indruk maakt dat het wel heel hard zwoegen moet zijn geweest... Posthuma heeft voor een moderne, natuurlijke taal gekozen en hield zich waar mogelijk aan de originele rijmschema's. Waar dat ten koste zou zijn gegaan van de levendigheid, heeft hij de moed gehad ze los te laten. Zijn Faust is speels en zuiver; een duivels staaltje vakmanschap.

            Andrea Kluitman, Volkskrant 26/9/2003

____________

Johann Wolfgang Goethe, Faust, een tragedie

De vertaling van Posthuma is over het algemeen bewonderenswaardig... Posthuma is erin geslaagd deze oude tragedie nieuw leven in te blazen...

            Jan Luijten, De Volks krant 4/1/2002

____________

Ard Posthuma heeft deze vertaling met grote zorg en met veel gevoel voor de dichterlijke essentie van Goethe's werk gemaakt. […] Posthuma’s nawoord is informatief en maakt het (aanvechtbare) nawoord van Ilja Leonard Pfeiffer volkomen overbodig. Haal Pfeiffer er bij de volgende druk alsjeblieft weer uit.

 

Hans Ester in Reformatorisch Dagblad van 9/04/2008

 ____________________________

Ard Posthuma maakte een weergaloze, nieuwe vertaling van Goethe's Faust...

Deze vertaling van Posthuma is vaak een wonder van vindingrijkheid in haar eigentijds en suggestief taalgebruik, spanning en ritme. Je kunt van elke bladzijde wel een fragment pakken om de pracht van de vertaling te illustreren... Deze Faust is een feest.

            Menno Schenke, Algemeen Dagblad 18/1/2002

____________

De vertaling is op zijn minst bij vlagen gewaagd te noemen...

Ard Posthuma schrijft in zijn voorwoord dat hij zijn vertaling graag vlot en modern wilde houden om daarmee de oorspronkelijke frisheid van en spontaniteit van Goethes tekst te behouden. Daar is op zich niets tegen, maar je schrikt toch wel als Ot en Sien opeens opduiken in de vertaling. Of Oeteldonks mensenras of Pipo en Jan Splinter...

            Ger Witteveen, Friesch Dagblad 16/1/2002

____________

De klassieke, met commentaren en voetnoten dichtgeplamuurde tekst wordt ondergedompeld in het bad van een andere taal en ondergaat op die manier een verjongingskuur. Zo is het recentelijk gegaan met Don Quichotte van Cervantes, Tasso's Orlando Furioso en Dantes Divina Commedia, en zo gaat het nu ook met de oude Faust. Ard Posthuma presteerde het om Goethe's creatie een ware facelift te geven... Je hoeft zo'n tekst nog niet eens hardop  te lezen om te beseffen hoe goed hij het op het toneel zal doen...

            Jaap Goedegebuure, Eindhovens Dagblad 3/1/2002

____________

Vertaler Ard Posthuma heeft het verhaal van doctor Faust ... op een eigentijdse, laconieke wijze overgezet... Ik las deze Faust met gemengde gevoelens... Spelen dus, dat stuk, al was het maar om vast te kunnen stellen hoe 'de Posthuma' het doet.

            Peter Veldhuisen, Het Parool 14/12/2001

____________

Ard Posthuma leverde een prachtige nieuwe vertaling af van Faust...

            Andrea Bosman, Trouw 15/12/2001

____________

Posthuma's vertaling loopt soepel en aangenaam, wat met al die verschillende, meestal rijmende versvormen een heidens karwei moet zijn geweest... Het zijn levendige karakters die Goethe ten tonele voert, en dat rechtvaardigt de vele vrijheden die de vertaler zich heeft veroorloofd... Maar het werkt wèl. Het houdt de vaart erin en frist de zaak op, terwijl Posthuma als herscheppend dichter vaak staaltjes van pure virtuositeit vertoont...

            Arnold Heumakers, NRC Handelsblad 7/12/2001

____________

Goethes Faust vertalen? Kan dat? De mooie Mme Récamier vond in 1827 van niet en ik ben geneigd haar gelijk te geven...

            Allard Schröder, Vrij Nederland 8/12/2001

____________

Posthuma weet Goethes verzen met de nodige schwung en verve in het Nederlands te serveren...

            Frank Hellemans, Knack, 6/2/2002

____________

Jan Jacob Slauerhoff, Christus in Guadalajara. Roman

...Der skizzenhaft lakonische Stil Slauerhoffs, von Ard Posthuma sehr gut übersetzt, lässt kaum empfinden, dass dem Buch die letzte Überarbeitung fehlt, für die der todkranke Autor keine Zeit mehr hatte.... Slauerhoff auf Deutsch könnte das gelingen? Ja!

            Wolfgang Schneider, FAZ 8/4/1999

Gerrit Kouwenaar: Ein Geruch von verbrannten Federn

Der Geruch von verbrannten Federn bereichert für den deutschsprachigen Leser das Museum der modernen Poesie...

            Hermann Wallmann, Süddeutsche Zeitung 21.3.1998

____________

Man beginn den Klang dieser Sprache und seine Schönheit zu verstehen und zu ahnen, was in ihr möglich ist...

            Burkhard Müller, FAZ 1/11/1997

Leonard Nolens: Geboortebewijs/Geburtsschein

Ob man Poesie übersetzen könnte, gehört zu den schwierigen Fragen, auf die es keine einfache Antwort gibt. Ard Posthuma hat es in diesem Falle jedenfalls gekonnt, und es muss mit Anerkennung vermerkt werden, dass die Lektüre der deutschen Texte einen tiefen Einblick in die poetische Welt dieses gleichzeitig virtuosen und ausdrucksstarken Dichters gewährt....Seine Übersetzung ist so etwas wie eine Neuinszenierung, eine neue Stimme, worin die des Dichters nun auch zum Glück des deutschsprachigen Publikums aufgehoben bleibt.

            Hans Herbert Räkel, FAZ 9/6/1998

____________

... de vertalingen die ik heb gelezen volstaan om mij euforisch te stemmen. Nooit heeft een vertaler zo consciëntieus rekening gehouden met de prosodie van mijn gedichten: ik herken voor één keer mijn eigen stem...

            Leonard Nolens, brief 3/9/1993

____________

Ard Posthuma kann so gut Deutsch, dass er im Deutschen bisweilen auch eigene poetische Ambitionen verwirklicht...

            Hermann Wallmann, Neue Zürcher Zeitung, 14/5/1998

____________

Tsjêbbe Hettinga: Friesland, die Welt

Met grote bewondering heb ik uw vertaling van It faderpaard gelezen. Naast de gedurfdheid om passages die niet letterlijk te vertalen zijn op dichterlijke wijze aan te pakken heeft vooral de lenigheid die nodig is om binnen de strenge vorm van het gedicht te kunnen werken me zeer getroffen...

            Tsjêbbe Hettinga, brief 26/11/1995

____________

It is in geniet de oersetters nei te rinnen en te folgjen by harren fynsten yn wurd, lûding en ritme. It is der oan ôf te sjen dat de dat mei grutte ynmoed, ynset en wille dien hawwe...

            Tsjerk Veenstra: Fries Dagblad 22/8/1998

“Als de bundel in het Duits was geschreven had hij misschien wel ‘Welle rund Wind’geheten, wat toch beter klinkt dan ‘golf en wind’. Of  ‘plump aber lüstern’, wat het Nederlands, waarmee ik nogal worstelde in dit geval, herinner ik me, zeker verslaat.”

            Mark Boog over de vertaling van zijn  cyclus ‘Zout’

"Nach meinem bißchen Holländisch scheinen beide Gedichte recht gut gelungen, auch das Gereimte, fast ein Wunder."

Peter Rühmkorf, brief van 24/01/2007 (n.a.v. vertalingen voor Lyrikline)

____________

Cees Nooteboom, Das Gesicht des Auges

...Ard Posthuma, der schon Martinus Nijhoff für Suhrkamp übertragen hat, liefert auch mit dieser Ausgabe erneut den Beweis seines Einfühlungsvermögens in der Übertragung von Lyrik ins Deutsche....

            Rolf Brockschmidt, Tagesspiegel 1/12/1999

 

Cees Nooteboom, Gedichte

Erstaunlich ist die grossartige Entfaltung der kreativen Möglichkeiten des Übersetzens, die reiche Evidenz des Gelingens. Ard Posthuma hat mit philologischer Genauigkeit und poetischer Sensitivität übersetzt, immer die Einheit von Form und Inhalt im Blick.... Posthumas Treue gegenüber dem Text, die Kardinaltugend des Übersetzers, erstreckst sich zugleich mit der strengen Observanz der Wortbedeutung auf die Mimesis der metrisch-rhythmischen Sprachgestalt.

            Paul Hoffmann, Der Augenmensch Cees Nooteboom, 1995

Ard Posthuma hat in seinem Band etwa die Hälfte des gesamten Lyrischen Oeuvres von Nootboom erfasst und liefert dabei eine vortreffliche Übersetzung,

            Süddeutsche Zeitung  24/1/1993

Für beide Gedichtbände hat der Übersetzer lesenswert eigensinnige Nachworte geschrieben, die mittelbar auch das erzählerische und essayistische Werk Noorbooms erhellen....

            Hermann Wallmann, Basler Zeitung, 28/8/1992 

Von subtilen Bezügen lebt auch die Übersetzung von Ard Posthuma, der in seinem Nachwort darauf verweist, dass die Wortfelder des Sehens im Niederländischen und Deustchen ähnlich strukturiert sind. Diese schöne wie problematische Nähe hat ihn zu besonderer Sensibilität und Genauigkeit angespornt....

            Harald Hartung, FAZ 11/2/1992

Der Übersetzer Ard Posthuma, dem wir eine durchgehend sorgfältige, stellenweise sogar brilliante Übersetzung verdanken, weist in einem aufschlussreichen interpretatorischen Nachwort u.a. auf die religiös-mystische Komponente des Zyklus...

            Michael Bahlke/Heiz Eickmans, Nachbarsprache Niederländisch, 1/92

____________

Martinus Nijhoff, Die Stunde X

Posthumas Nijhoff-Übertragung ins Deutsche ist zudem ein übersetzerisches Bravourstück, das auch die lesende Grenzwanderung zwischen beiden Sprachen zum staunenden Vergnügen an der Nijhoffschen Poesie werden lässt....

            Wilfried M.Meyer, Frankfurter Rundschau, 2/5/1989

Der Übersetzer war um seine Aufgabe nicht zu beneiden, ist doch das einsilbigere Niederländisch besser zum Wechsel von Fluss und Stakkato geeignet als das Deutsche. Nachteile, die man bei der gelungenen freien Übertragung hinnehmen muss....

            Rolf Brockschmidt, Tagesspiegel 23/4/1989.

Die Übersetzung versucht jedesmal, so viel wie möglich von der Gestalt des Originals zu erhalten, beim Reimlied, Sonett, Ghasel keine leichte Aufgabe, und immer wieder gelingt es, die lesende Grenzwanderung zwischen beiden Sprachen zum staunenden Vergnügen werden zu lassen... Gelegentlich ist die Übersetzung besser als das Original...

            Alexander von Bormann, FAZ 12/4/1989

Toen Ard Posthuma twee jaar geleden zijn prachtige Nijhoffvertalingen, onder andere van ' 'Awater' en 'Het uur U' bij Suhrkamp publiceerde, was het een belevenis om die vertrouwde gedichten in een nieuwe taal, als het ware met nieuwe ogen te lezen... het is vooral een verdienste van congenialiteit van de vertaler, wanneer blijkt dat poëzie, ondanks beweringen van het tegendeel, vertaalbaar is.

            C.O.Jellema, Trouw 2/1/1992

Ard Posthuma heeft een schitterende vertaling afgeleverd. In het Duits komen de helderheid en het vloeiende karakter van Nijhoffs poëzie uitstekend tot hun recht..

            Rieks Holtkamp, Leeuwarder courant 7/4/1989

Ik heb je Nijhoff-vertalingen ademloos gelezen. Ontzettend knap...

            C.O.Jellema, brief 26/8/1989

…De Jobsiade was tijdens de negentiende eeuw een volksboek. Binnen een selecte kring is het in onze tijd bekend gebleven. Ard Posthuma, bekend geworden door zijn prachtige vertalingen van Goethes Faust en van De Graal van Chrétien de Troyes, heeft zich bij het schelmengedicht van Kortum kunnen uitleven. Hij schreef er een zeer informatieve inleiding bij.

Hans Ester, Nederlands dagblad 13/04/2007

____________

Oliebol. Zo'n titel intrigeert. En dan de ondertitel: 'Een zee- en moordverhaal.'



Wilhelm Raabe (1831-1910) behoort samen met Theodor Fontane en de Zwitser Gottfried Keller tot de grote Duitstalige romanschrijvers van de negentiende eeuw. Raabe werd lange tijd beschouwd als hoeder van de vaderlandse, oer-Duitse deugden. Dat beeld klopt niet. Het is vooral gebaseerd op zijn vroege werk, dat hij later zelf omschreef als 'verschaalde jeugdkwark'. Als Raabe vandaag nog gelezen wordt, zijn het vooral zijn novelle Das Odfeld en de roman Stopfkuchen, nu in het Nederlands vertaald als Oliebol. Het zijn werken uit de herfst van zijn leven. Raabe heeft met Fontane gemeen dat hij zijn beste werk op latere leeftijd schreef. Stopfkuchen dateert uit de jaren 1888-1890. Raabe was toen rond de zestig.

Stopfkuchen staat niet in mijn Van Dale Groot woordenboek Duits-Nederlands. Zelfs mijn Wahrig Deutsches Wörterbuch geeft geen uitsluitsel. Het nawoord van de vertaler leert dat Stopfkuchen staat voor het laatste restje deeg waarin de overgebleven rozijnen, boter en suiker worden gestopt. Een toepasselijke titel, zo blijkt als je het boek gelezen hebt.

De verteller, Eduard, is een boer die na een bezoek aan zijn geboortestad in Duitsland terugreist naar Zuid-Afrika, waar hij sinds jaar en dag woont. Een bootreis van vier weken. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om zijn lotgevallen van de afgelopen weken op schrift te stellen.

Hij mijmert over de oude postbode Störzer, alias Stoethaspel, met wie hij als jongen veel optrok en die hem zijn liefde voor Afrika heeft bijgebracht. 'Vooruit, op pad dan maar, en laten we het over Levalljang hebben. Dat is toch het boek der boeken! En die wereld- en reisbeschrijver jaagt je de dwaze ideeën uit je kop. En zoals hij zouden we allemaal moeten leven, tussen de wilde en tamme Hottentotten.'

De oude postbode heeft zijn stadje nooit verlaten, hij heeft slechts van Afrika gedroomd. Maar hij heeft wel zevenentwintigduizend tweeëntachtig mijl afgelegd in vierenvijftigduizend honderdvierenzestig diensturen. Dat is evenveel als vijfmaal rond de aarde wandelen.

Isolement

Ook heeft Eduard na vele jaren zijn jeugdvriend Heinrich Schaumann teruggezien, een zonderlinge dikzak die al vanaf zijn jeugd Stopfkuchen wordt genoemd vanwege zijn vraatzucht. Iedereen bespot de domme, luie jongen die zelfs zijn studies niet kan afmaken. Maar in de loop van de roman komen we erachter dat hij een intelligente individualist is. Al jong trouwt hij met Valentine, de dochter van een boer die wordt verdacht van moord op zijn concurrent Kienbaum. De misdaad is nooit bewezen, maar heeft er wel toe geleid dat de boer en zijn dochter werden uitgestoten uit de gemeenschap. Bij hen voelt Heinrich zich thuis. Drie zonderlinge wezens.

Heinrich alias Stopfkuchen is het grootste deel van de tijd aan het woord. Op omstandig keuvelende wijze vertelt hij over zijn jeugd. Hoe iedereen hem vernederde, ook zijn vader, ook Eduard de verteller. Hij vertelt over het leven van Valentine en haar vader. Hoe hun isolement hen tot elkaar gebracht heeft. Uiterst suggestief schetst hij een ontroerend beeld van deze drie tot eenzaamheid en onbegrip veroordeelde mensen.

Heinrich suggereert dat hij er inmiddels achter is gekomen wie de moordenaar van Kienbaum is. Maar hij bewaart die waarheid tot het einde, als een laatste restje deeg waarin de overgebleven rozijnen, boter en suiker worden gestopt. Om de spanning erin te houden. De waarheid kan hun levens toch niet meer veranderen. Hieruit blijkt dat Raabe op rijpere leeftijd is beïnvloed door Schopenhauer. Hij gelooft niet meer dat de mens in staat is om grote maatschappelijke veranderingen door te voeren. De zonderlinge, vereenzaamde en vervreemde figuren die zijn proza bevolken, houden de façade van de samenleving overeind, maar zien er tegelijk de nutteloosheid van in. De hoofdpersonen in Oliebol vormen hierop geen uitzondering. Tegen het einde citeert Raabe zelfs nog even Schopenhauer, de boeddha uit Frankfurt: 'Niets is zonder grond waarom het is.'

Een waarschuwing: wie de spanning van een echte detective verwacht, moet Oliebol laten liggen. Deze roman moet het niet van spanning hebben, al verrast hij op elke pagina. In Eduards woorden: 'Hij had het verhaal van de moord op Kienbaum niet alleen op zijn omstandige, keuvelende manier onder woorden gebracht, hij had het uitgezweet, het door al zijn poriën uitgewasemd. Maar ik, had ik daarom elders te land en ter zee zoveel beleefd, enkel om op dit piepkleine stukje thuisgrond voor Oliebol en Stoethaspel te moeten staan als voor iets wat noch ik noch enig ander mens ooit had beleefd.'

Ard Posthuma heeft met deze vertaling een meesterproef afgeleverd. Hoe vaak hebben we bij het lezen van een vertaling niet het idee dat er tussen ons en de oorspronkelijke tekst een matglas is geschoven? Dat is bij deze tekst nooit het geval. Posthuma's vertaling leest even sprankelend als het origineel.

Raabes taal flonkert en glinstert nog steeds, na bijna honderdtwintig jaar. Er staat geen woord te veel in deze wonderlijke roman. Het is een raadsel waarom het zolang moest duren voordat dit boek in het Nederlands werd vertaald.

Maarten 't Hart beweert dat Oliebol een van de grootste romans is van de negentiende eeuw. We kunnen niet anders dan hem gelijk geven. Lezen!

WILHELM RAABE

Oliebol.

Vertaald door Ard Posthuma, Veen, 224 blz., 24,90 .